Bezwaar op herzieningsbesluit januari 2019

Lab 055/0578

Bezwaar op herzieningsbesluit januari 2019

Ray Heijder heeft bezwaar ingediend op het herzieningsbesluit van 11 januari 2019.

Bekijk het bezwaarschrift (pdf download 1 MB)


Indiening bezwaarschrift
Dit is het bezwaarschrift ingediend door R.M.F. Heijder, te Vaassen, tegen het besluit van het college van de gemeente Epe op dinsdag 11 januari 2019 (dagtekening)

Indiener wordt hierna ‘belanghebbende’ genoemd.

Zaakgegevens
Dit bezwaarschrift ziet op het herzieningsbesluit (hierna te noemen ‘het besluit’ met onderwerp ‘Herzieningsbesluit’ en kenmerk 1484849/220022202. Bijgevoegd als productie 1.

De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt zes weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt (Awb artikel 6:7 en artikel 6:8).

Belanghebbende dient het bezwaarschrift persoonlijk in op dinsdag 19 februari 2019 op het gemeentehuis van Epe en vordert daarbij van de gemeente een bewijs van ontvangst.

Omschrijving van het besluit
Het besluit gaat door voor een zogenaamd ‘herzieningsbesluit’. Door de gemeente Epe wordt vermeld dat het besluit een reactie is op de e-mail/brief van belanghebbende van 21 juni 2018 (productie 2).

Volledigheidshalve zij vermeld dat het besluit te laat is genomen en dat om reden hiervan een zaak loopt bij de rechtbank Gelderland, met kenmerk:
ARN 18 / 5545 PW.

Domicilie en gemachtigde
In dit bezwaar heeft belanghebbende woonplaats gekozen op zijn woonadres [...].

Belanghebbende laat zich bij dit bezwaar niet vertegenwoordigen door een gemachtigde.

Bezwaar
Het bezwaar ziet op de reden van het college om het herzieningsverzoek van belanghebbende af te wijzen. Die reden verwijst naar het eerste lid van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht. Deze verwijzing is naar het inzicht van belanghebbende ongegrond omdat hij wel nieuwe feiten en omstandigheden kan aanvoeren die ten tijde van het genomen afwijzingsbesluit van 8 juli 2016 hem niet bekend waren. Ook ten tijde van het bezwaar op het afwijzingsbesluit en de beslissing op dat bezwaar op 8 september 2016 waren de nieuwe feiten en omstandigheden hem niet bekend.

De nieuwe feiten en omstandigheden zijn voor hem zelfs eerst na zijn herzieningsverzoek van 21 juni 2018 definitief bekend geworden dankzij een AVG-inzageverzoek van 17 juni 2018 dat iets meer dan een maand later in juli 2018 keurig door de gemeente Epe werd gehonoreerd. In de aangeleverde inhoudelijke dossiergegevens waarvan belanghebbende tot dan toe geen kennis had, trof hij cruciale nieuwe feiten en omstandigheden van de behandeling van de bijstandsaanvraag in 2016 aan.

Dit bezwaarschrift moet daarom het college van de gemeente Epe bewegen tot intrekking van het besluit en het nemen van een nieuw besluit tot herziening van de eerste (en afgewezen) aanvraag bijstand.

Dat maakt het dan vervolgens voor belanghebbende acceptabel om dit bezwaar schriftelijk in te trekken, dan wel mondeling als tijdens een hoorzitting hetzelfde wordt bereikt.

Kernwaarden overheidshandelen
Tot aan de inzage in zijn bijstandsdossier (in juli 2018) kon belanghebbende alleen op grond van eigen ervaring, waarneming en interpretatie beoordelen dat de gehele procedure van de afhandeling van de bijstandsaanvraag door de gemeente Apeldoorn namens de gemeente Epe vanaf 21 maart 2016 een meervoudige misstand is waarbij alle vier kernwaarden van behoorlijk overheidshandelen zijn geschonden:

– Open en duidelijk
– Respectvol
– Betrokken en oplossingsgericht
– Eerlijk en betrouwbaar


Voor belanghebbende was en is die grond onomstotelijk, maar tegenover de door hem waargenomen weerbarstigheid van de beide gemeenten, schiet deze tekort. Ook is het onzeker of die grond voldoende houvast geeft voor een geslaagde rechtsgang. Daardoor is de honorering van het AVG-inzageverzoek een welkome reddingsboei!

Dit bezwaar gaat niet in de diepte van de schendingen van de vier kernwaarden van behoorlijk overheidshandelen. De gemeente heeft beschikking over alle gegevens daaromtrent in het bijstandsdossier van belanghebbende. Uiteraard zal bij rechtsgang wel voor diepgang worden gekozen om het pleidooi zo krachtig mogelijk neer te zetten. Belanghebbende gaat ervan uit dat de gemeente Epe (samen met de gemeente Apeldoorn) weet waar zij fout zit aangezien alles in het dossiers staat en belanghebbende zich ook alleen daarop baseert.

Laatste tussenstation en laatste kans
Belanghebbende wil de meervoudige misstand bij de rechter in beroep voorleggen en door hem of haar laten beoordelen. Hij is er zeker van dat hij de rechtbank zal kunnen overtuigen als hij eenmaal ter zitting mag komen met zijn verhaal. De kwestie moet naar het zich nu laat aanzien de muren van de gemeente Epe (en gemeente Apeldoorn) passeren en een weg vinden naar het gerecht.

Maar voordat belanghebbende in beroep kan gaan, weet hij zich gehouden aan het bepaalde in de wet aangaande het benutten van alle mogelijkheden van bezwaar als voorliggend proces. Daarbij verwondert hij zich overigens over de gemeente Epe en gemeente Apeldoorn die geen waarde lijken te hechten aan de mogelijkheden die het proces bezwaar biedt. Hiermee tonen zij in de optiek van belanghebbende een gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef dat in lijn lijkt te liggen met zijn case. Die lijn kenmerkt zich door een jarenlange gemeentelijke werkwijze die de dialoog niet bevordert.

Met dit bezwaar op het besluit voldoet belanghebbende aan het benutten van de mogelijkheden in deze fase. Hij beschouwt het als laatste station voor de gang naar de rechter, die hij direct onderneemt als dit bezwaar niet ontvankelijk wordt verklaard door het college van de gemeente Epe. Tevens ziet hij het als laatste kans voor dit college om alsnog tot een onderling vergelijk met hem te komen.

Uit het voorgaande zou het college kunnen afleiden dat belanghebbende louter aanstuurt op rechtsgang. Dit is geenszins te onderbouwen, want in zijn correspondentie met de ambtelijke organisatie, maar ook op bestuurlijk niveau, komt herhaaldelijk naar voren dat zijn insteek steeds is om er onderling uit te komen. Op hoogstens een schijnbeweging na is er zowel bij de gemeente Epe als bij de gemeente Apeldoorn geen belangstelling merkbaar voor een oplossing in de zin van behoorlijk handelen.

Dat de zaak al zo lang sleept zonder dat er een rechter aan te pas is gekomen, is mede een indicatie van het verlangen van belanghebbende om er met de gemeente uit te komen.

Cruciaal aspect: voorschot
Het college stelt in het herzieningsbesluit terecht dat de eerste aanvraag voor een bijstandsuitkering is afgewezen vanwege het niet verlenen van medewerking door belanghebbende aan een ‘noodzakelijk geacht huisbezoek’. Bij de behandeling van het bezwaar op de afwijzingsbeschikking is dit opnieuw bevestigd als enige grond.

Tijdens de hoorzitting met de bezwarencommissie heeft de gemeente alle andere door haar aangevoerde belastende of meewegende constateringen met verrassend gemak laten vallen. Men had zogezegd de beer geschoten dankzij het door belanghebbende niet meewerken aan het huisbezoek.

Het ligt in het voornemen van belanghebbende om bij de rechter deze grond voor afwijzing te laten vernietigen als buitensporig aangewend middel en perverse apotheose op een onzalige behandeling van de bijstandsaanvraag. Dat zal tweeledig worden aangevlogen:

[1] Vermeende noodzakelijkheid
Met de nieuwe feiten en omstandigheden als aanvulling op de gegevens die al eerder werden aangewend zal belanghebbende bestrijden dat een huisbezoek noodzakelijk was. Het is naar zijn oordeel door de gemeente niet te onderbouwen dat zij deze stap desondanks zelf wel noodzakelijk achtte.

[2] Buitensporig gebruik van het middel
Ten tweede zal belanghebbende met een lange reeks uitgelichte argumenten de rechter ervan overtuigen dat het verlangde huisbezoek als sluitstuk van onbehoorlijk overheidshandelen buitenproportioneel is aangewend om de vooringenomenheid gericht op het weigeren van een uitkering kracht bij te zetten als ultiem middel.

Belanghebbende zal aanvoeren dat het niet verstrekken van voorschotten overeenkomstig het bepaalde in artikel 52 van de Participatiewet een schrijnend, maar slechts enkel element is in een samengestelde misstand die te zien is als toedracht voor zijn paniekreactie aan het einde van de rit waarbij de gemeente een huisbezoek eiste en hij murw door maandenlange onbehoorlijke bejegening en een urenlang verhoor psychisch brak.

Er kunnen ook vraagtekens worden gezet bij dat verhoor zelf dat eerder past bij een verdachte van fraude dan bij iemand die te goeder trouw een voorziening aanvraagt. Belanghebbende was niet op de hoogte van enige verdachtmaking en zag zichzelf ook niet als verdachte. Hij kon dat ook niet vermoeden omdat hij telkens heeft meegewerkt aan zeer gedetailleerde informatieverstrekking aan de gemeente. Hij heeft daarom ook geen moment overwogen om gebruik te maken van het zwijgrecht dat een verdachte heeft. Door de inzage in het dossier is aan belanghebbende duidelijk geworden dat hij ongemerkt als verdachte is benaderd en behandeld.

Niet als doorslaggevend aspect, maar als additionele ondersteuning van de argumenten zal belanghebbende bij de rechter ook aanvoeren dat bij de tweede bijstandsaanvraag die direct aansluitend op de eerste door hem werd ingediend nog tijdens de fase van bezwaar op het afwijzingsbesluit van de initiële aanvraag, allerlei verdenkingen en obstakels om het recht op bijstand vast te kunnen stellen als bij een wonder verdwenen waren voor de gemeente. Dat is zeer opmerkelijk terwijl bij de eerste aanvraag er zo’n aanmerkelijk belang was bij het waarheidsgehalte van de informatie van belanghebbende. Wat maakte belanghebbende en zijn informatie ineens zo geloofwaardig dat hij nu wel soepel door de bijstandsaanvraag rolde?

Belanghebbende verklaart dat hij zelfs sterk bij de functionarissen die het huisbezoek bij de tweede bijstandsaanvraag aflegden moest aandringen om verder dan het woonerf te komen en daadwerkelijk de woonsituatie te controleren. Tot meer dan een hoofd om de hoek steken is het niet gekomen. Dat was voor de functionarissen genoeg om te concluderen dat alles in orde was en het recht op bijstand kon worden vastgesteld. Dit bevestigt voor belanghebbende dat (het ook in zijn ogen prima) middel van huisbezoek oneigenlijk werd aangewend bij de eerste bijstandsaanvraag. Niet als controlemiddel, maar als drukmiddel.

Voorschotverklaring als nieuw feit
Behalve dat er een opeenstapeling van voor belanghebbende nieuwe feiten blijkt uit het opgevraagde bijstandsdossier, is het ook nieuw dat de gemeente voor het eerst schriftelijk een grove fout toegeeft als feit! Gelet op de impact van die fout, is dit een cruciaal nieuw feit dat ook aanleiding voor herziening is krachtens artikel 4:6 eerste lid Awb.

Wij bieden onze welgemeende excuses aan voor het feit dat wij de procedure van artikel 52 van de Participatiewet niet naar behoren hebben nageleefd.”

Overigens kan de fout juist door die impact niet worden afgedaan met slechts ‘welgemeende excuses’. Het niet naleven van een wet, is een eufemisme voor het overtreden van de wet! Belanghebbende neemt dit extra hoog op door zijn rol als onderzoeker bij BurgerkrachtCentraal.nl waar hij intensief onderzoek doet naar naleving van artikel 52 door 355 gemeenten.

Voor belanghebbende is het goed dat de gemeente in het besluit schrijft dat hij volgens haar uiterlijk 29 mei 2016 een voorschot had moeten krijgen, maar dit pas op 22 juni is gebeurd waarbij dient te worden opgemerkt dat een tweede rechtmatig voorschot is uitgebleven.

Ook goed dat het besluit 2 mei 2018 noemt als datum bijstandsaanvraag. Dat is namelijk één van de andere elementen van de onbehoorlijke behandeling door de gemeente. Volgens de gegevens kan de gemeente namelijk niet uitleggen waarom de aanvraag pas op 2 mei 2018 door belanghebbende mocht worden ingediend terwijl de meldingsdatum 21 maart 2016 was. Destijds werd hem mondeling medegedeeld dat dit nu eenmaal zo was en hij eerst een activeringstraject (Direct Actief) moest volgen. Dit terwijl de algemene aanbeveling is dat de aanvraag zo snel mogelijk na de meldingsdatum moet plaatsvinden en andersom belanghebbenden hier doorgaans nadrukkelijk op worden gewezen. Overigens met uitzondering van aanvragers van jonger dan 27 jaar in verband met de wettelijke zoekperiode.

Beroep, kenmerk ARN 18 / 5545 PW
Inmiddels staat er bij de rechtbank een zaak op de rol waarin belanghebbende beroep aantekent tegen het niet tijdig nemen van een beslissing door de overheid. Dit betreft opmerkelijk genoeg het onderwerp waar zijn herzieningsverzoek en het besluit betrekking op heeft.

Van de rechtbank heeft belanghebbende de gedingstukken ontvangen die het college van de gemeente Epe aan de rechtbank heeft gestuurd (overigens heel verwarrend met een begeleidende brief met het logo van de gemeente Apeldoorn).

Uit die gedingstukken blijkt voor dat de gemeente Epe met de argumentatie en de producties ten onrechte vooruit loopt op de uitkomst van het bezwaar op het besluit. Belanghebbende heeft de rechtbank aangeschreven dat hier een dwaling dreigt te ontstaan (productie 3). De zaak ARN 18 / 5545 PW bij de rechtbank ziet uitsluitend op het niet tijdig beslissen door een bestuursorgaan, niet op de inhoudelijkheid.

Aan de andere kant is het mooi meegenomen dat de gedingstukken er alvast zijn voor het geval dat dit bezwaar niet-ontvankelijk wordt verklaard door het college van de gemeente Epe en belanghebbende terstond na de voorgeschreven bekendmaking daarvan in beroep zal gaan.

Producties

Dit bezwaarschrift is compleet met acht geparafeerde pagina’s waarvan de laatste met ondertekening. Bovendien moeten drie producties worden aangetroffen, te weten:

1) Kopie van het besluit van 11-01-2019, zijnde een herzieningsbesluit

2) E-mail/brief belanghebbende, 21-06-2018

3) Aanvullend stuk rechtbank ‘Dreigende gerechtelijke dwaling’, 24-01-2019

Ondertekening

Apeldoorn, 19 februari 2019


……………………………………….

R.M.F. Heijder

Onderdeel van:
Lab 055/0578