Bouwstenen

Bejegening

Voor een goede uitvoering van de Participatiewet moet het aan beide kanten kloppen: bij de burger en bij de gemeente. De nadruk wordt daarbij meestal gelegd bij de belanghebbende, terwijl de dienstverlener daarbij vrij spel lijkt te hebben.

Vooral als het gaat om de burgers waaraan minder eer valt te behalen, mensen die de samenleving geld kosten, liggen gevaren op de loer. Alleen gemeenten die werkelijk de burgers centraal stellen en van correcte dienstverlening topprioriteit hebben gemaakt, bieden daaraan weerstand. Onbetrouwbare gemeenten die vooral gericht zijn op het schoonhouden van hun straatje en zich krampachtig laten leiden door de Rijksoverheid, behandelen de minder interessante inwoner als tweederangs burger en soms zelfs als voetveeg van de lokale samenleving.

De algemene bijstand is typisch een voorziening in het sociaal domein waarmee gemeenten zich van een heel goede, maar ook mensonterende kant kunnen laten zien.

Gij zult...

Gemeenten die op een respectvolle en gelijkwaardige manier met al hun inwoners om willen gaan, streven naar een goede balans tussen het communiceren en toepassen van rechten en plichten. Dat stralen zij ook uit bij hun online informatie over de bijstandsuitkering. Bij burgeronvriendelijke gemeenten ligt dat anders. Het valt op dat zij het veel over de plichten van de belanghebbende hebben en belangrijke rechten verzwijgen of omzeilen.

In voorkomende (soms bijna mensonterende) gevallen is uit oog verloren dat mensen die een beroep doen op de Participatiewet dit niet doen uit weelde. Het is geen pretje als je in een situatie raakt waarin je een bijstandsuitkering moet aanvragen. Gemeenten zeggen het zelf: het is het laatste vangnet. De bijstandsuitkering is er als (tijdelijk) niets anders meer lukt of uitkomst biedt.

Zo voelen de meeste aanvragers van bijstand het ook, terwijl zij in zowel de maatschappelijke als de gemeentelijke beeldvorming nogal eens worden weggezet als profiterend, onwelwillend, frauderend en meer van dergelijke kwalificaties.

Afstandelijk

Burgervriendelijke gemeenten zijn betrokken bij al hun inwoners, ook bij aanvragers van een bijstandsuitkering. Zij gaan ervan uit dat die inwoners niet voor hun benarde situatie hebben gekozen. Iemand kan pure pech hebben of door verkeerde keuzes in problemen zijn geraakt, maar niemand kiest voor ellende.

De meeste mensen die aanspraak maken op de Participatiewet, voelen zich daar niet prettig bij. Sommigen zijn zelfs heel angstig voor wat er op hen af zal komen en zien misschien erg op tegen een bezoek aan de gemeente voor een uitkering.

Afstandelijke gemeenten die niet betrokken lijken te zijn bij die beleving van hun inwoners (ze eerder als gebruikers van noodzakelijk kwaad zien) maken het alleen maar erger. Dat doen zij door overdreven te grossieren in plichten en ook nog eens allerlei drempels op te werpen. Mensen geruststellen? Nee, stel je voor zeg, voor je het weet lopen ze over je heen en zien ze daarin een kans om een scheve schaats te rijden.

Zo zien we voorbeelden zoals het op voorhand een intimiderende 'boodschappenlijst' voorleggen die door de aanvrager moet worden afgewerkt. Daarbij lijkt het alsof dat allemaal al vóór het intakegesprek piekfijn in orde moet zijn en er niets mag ontbreken. Vervolgens heeft de gemeente zelf wettelijk maar liefst 8 weken de tijd, wat ook nog eens met dezelfde termijn mag worden verlengd.

Verstoppertje

Al decennia wordt er gesproken over de behoefte aan een open (transparante) overheid. Zowel centrale als lokale overheidsdiensten hebben op dat punt grote stappen vooruit gezet.

Burgeronvriendelijke gemeenten blijven daarbij sterk achter en spelen verstoppertje naar hun minder geliefkoosde inwoners (zoals aanvragers van een bijstandsuitkering). Het zijn juist deze gemeenten die ultieme openheid van de belanghebbenden verwachten, maar zelf gesloten zijn bij aspecten waar dat in hun voordeel is en ten koste gaat van de burgers. Het voorschot op de bijstand is zo'n aspect waarbij transparantie vaak het onderspit delft.

Verklaring

Het is natuurlijk niet zo dat burgeronvriendelijke gemeenten moedwillig hun burgers matig tot slecht bejegenen. Er zijn enkele verklaringen voor (die overigens het gedrag niet goedpraten). Oorzaken die gemeenten met te weinig ruggengraat al gauw krampachtig en stijf maken.

Bezuinigen
Gemeenten hebben te maken met een inspanning richting hun inwoners, maar ook naar de Rijksoverheid. Door bezuinigingsopdrachten moeten zij de hand op de knip houden en zoveel mogelijk de instroom (nieuwe mensen in de bijstand) proberen te beperken. Tegelijkertijd moeten ze er alles aan doen om de uitstroom (mensen die geen bijstand meer nodig hebben) te maximaliseren.

In toenemende mate komen gemeenten in financieel noodweer door tekorten in het sociaal domein. Dat heeft soms eigen wanbeleid als oorzaak, langlopende bestuurscrisis, maar nog vaker de moeilijkheden van de decentralisaties en ontwikkelingen in de samenleving.

Ook speelt mee dat in de maatschappelijke beeldvorming de bijstand als ongewenst wordt gezien. Liever willen we daar onze belastingcenten niet aan kwijt zijn, alleen als het echt niet anders kan.

Gemeenten die niet met dit spanningsveld om kunnen gaan, zullen eerder de kant van het Rijk (of hun in problemen geraakte college van burgemeester en wethouders) kiezen dan die van hun inwoners. De controlerende en kaderstellende gemeenteraad kan daar dan vaak niet mee overweg of is al te laat.

Fraudebestrijding
Er zijn helaas burgers die misbruik maken van de voorzieningen van de overheid. Dat geldt ook voor de bijstandsuitkering. Betrouwbare gemeenten weten dat dit een kleine groep is en zetten instrumenten voor handhaving van regels en bestrijding van fraude overwogen en gericht in op de overtreders. Zij laten de goede meerderheid niet lijden onder de kwaden die veruit in de minderheid zijn.

Burgeronvriendelijke gemeenten slaan daarin helemaal door en laten zich leiden door de kleine populatie van misbruikers, de publieke opinie over fraudeurs en (met name externe) adviseurs die (uit commercieel eigenbelang) de noodzaak van intensieve handhaving en fraudebestrijding benadrukken.

Dat beperkt zich niet tot mensen die al in de bijstand zitten, maar zien we bij een toenemend aantal gemeenten ook steeds heftiger tijdens de aanvraagfase.

Onvolwassenheid
Hoewel de decentralisatie van taken en verantwoordelijkheden van het Rijk naar de gemeenten al lange tijd duurt (werk en inkomen sinds begin 2015) is een aantal gemeenten nog steeds aan het wennen aan hun nieuwe relevantie.

Vooral zij die nog niet zijn volgroeid, bewijzen hun inwoners een (veel) mindere dienst.

Maar omdat het kan... Lelystad

We hebben de vier waarden betrokken, open, respectvol en gelijkwaardig voorbij zien komen.

Afgekort als BORG zien we die terug bij de gemeente die we als een best practice hebben gekwalificeerd: Lelystad.

De missie van de afdeling Werk Inkomen en Zorg is bij te dragen aan een zelfstandig bestaan van de inwoners van Lelystad. Dit doen wij op een Betrokken, Open, Respectvolle en Gelijkwaardige (BORG) manier.

De gemeente Lelystad kiest hier niet voor omdat het moet. Bejegening van de burgers door de gemeente is eigenlijk niet uitdrukkelijk in wet vastgelegd. Aan de burgers worden wel eisen gesteld aan hoe zij zich naar de overheid moeten opstellen.

Sommige gemeenten hebben er een complete dwingende instructie aan gewijd inclusief maatregelen bij het niet houden aan de gedragsregels.

Lelystad lijkt op een BORG-manier te willen werken omdat het kan.

Bejegening maakt het verschil

De manier waarop burgers door de overheid worden bejegend maakt het verschil. Misschien is bejegening wel de doorslaggevende cruciale bouwsteen bij de uitvoering van de Participatiewet.

Krampachtige, stijve gemeenten, let go!

Free your mind and the rest will follow!

.

Misbaksel 81

Over het algemeen zijn we vol vertrouwen in de Participatiewet. Misstanden die decentraal voorkomen bij de gemeenten wijten we aan de interpretatie ervan, niet aan de wet zelf. Lokale, foutieve invulling wordt zelfs vastgelegd in formele beleidsregels.

Punt wat daarbij uit het oog wordt verloren, is dat beleidsregels de gemeenten binden en niet de burgers. Die laatsten weten zich alleen gebonden aan de wet!
Helaas heeft iemand in een bijstandssituatie vaak een nog veel grotere afstand tot de rechter dan tot de arbeidsmarkt!

Daardoor komen individuen in de problemen en blijven daarbij hulpeloos tot het te laat is.

Bovendien blijven de misstanden zo een bedreiging vormen voor nieuwe gedupeerden, keer op keer. BurgerkrachtCentraal ziet geen heil in een snelle gang naar de rechtbank, maar vindt dat gemeenten gewoon hun werk moeten doen. Zeker als het om het naleven van de wet gaat!

Misbaksel 81

We hebben het graag over cruciale bouwstenen bij het uitvoeren van de Participatiewet, maar we zien dat er ook een misbaksel is ingemetseld. Die treffen we aan als artikel 81:

Artikel 81. Onverwijlde bijstand

1 In geval het college geen of ontoereikend toepassing heeft gegeven aan artikel 52 kan de voorzitter van gedeputeerde staten, indien naar zijn oordeel de noodzaak tot onverwijlde bijstand aanwezig is, op verzoek van de belanghebbende besluiten dat het college algemene bijstand verleent.

Het is een steen der wanhoop waar we in de praktijk eigenlijk niets aan hebben. Het geeft onbetrouwbare gemeenten een ontsnapping aan hun verplichting en het bezorgt belanghebbenden een vals vooruitzicht op te behalen recht.

We publiceren dit artikel in de hoop dat we bijval krijgen van betrouwbare gemeenten en dat eerzame Kamerleden deze onrechtvaardigheid een keer aan de kaak stellen. De Participatiewet zou volgens ons op dit punt moeten worden gerepareerd.

Overwegende dat...

We hebben een aantal overwegingen voor onze stelling dat artikel 81 van de Participatiewet een misbaksel is.

Waarom is er een juridische achtervang?
In artikel 52 wordt aan colleges van gemeenten een duidelijke, ondubbelzinnige opdracht gegeven over het verstrekken van een voorschot. Die opdracht is dwingend (zoals we ook van een aantal gemeentelijke beleidsmedewerkers mochten vernemen).

Het is pervers dat artikel 81 bestaat! Als colleges zich houden aan de wet (zij hebben net zo min een geldig excuus om dat niet te doen als burgers) heeft dat wetsartikel helemaal geen functie. In plaats van daarvan zou er een strafmaatregel moeten zijn die tegen een college dat de wet overtreedt kan worden ingezet.

Is de voorzitter van gedeputeerde staten veel redelijker dan een gemeente?
Bij een gemeente lezen we dit op de website:

Bezwaar maken tegen ons besluit is niet mogelijk. Kunt u aantonen dat het voorschot voor u noodzakelijk is? Dan kunt u de provincie vragen een uitspraak te doen. De provincie kan ons opdracht geven om u een voorschot te verlenen. Deze uitspraak is geldig tot wij een besluit hebben gemaakt over uw aanvraag voor bijstand.

Als de belanghebbende wel de voorzitter van gedeputeerde staten kan overtuigen, wat zegt dit dan van die voorzitter? Is die zoveel redelijker dan een gemeente?

En wat zegt het over de belanghebbende? Kan die in al zijn of haar nood zich niet goed uitdrukken bij een gemeente, maar met de moed der wanhoop wel bij de provincie? Hoe dan?

En bovenal, wat zegt het van de gemeente? Neem zij alleen de provincie serieus, maar de burger dus niet?

Zijn er onbetrouwbare gemeenten dan?
Waarom zijn er überhaupt gemeenten die het zover laten komen dat een burger (toch al in een benarde situatie) zich moet wenden tot een instituut op afstand zoals gedeputeerde staten? De decentralisaties waren toch bedoeld om de overheid dichter bij de burger te brengen en daar vond men toch juist de gemeente dé ideale partij voor?

Een gemeente zou het nooit zover moeten laten komen en doet zij dat wel, dan is zij onbetrouwbaar.

Vreemde bouwconstructie

De vreemde bouwconstructie die met het misbaksel artikel 81 is ontstaan, is wellicht te verklaren uit het gegeven dat tegen de beslissing van het college om geen voorschot te verstrekken geen bezwaar kan worden gemaakt door de belanghebbende.

De wetgever heeft kennelijk toch maar iets willen inbakken voor het volk. Maar de gang naar de provincie is een gekunstelde ontsnappingsclausule waar nagenoeg niemand gebruik van zal weten te maken.
Zijn er cijfers bekend over burgers die jaarlijks onverwijlde bijstand krijgen toegewezen door de provinciën?

Daar komt ook nog eens bij dat in voorkomende gevallen veel gemeenten niet eens een actieve beslissing nemen over het voorschot. Belanghebbenden hebben dikwijls niet eens in de gaten welk recht ze mislopen. Grote kans dat zij veel later er ooit eens achter komen en uitroepen:

Oh ik wist niet dat ik recht had op een voorschot. Wat had het veel ellende gescheeld als ik het wel had geweten en/of als de gemeente haar plicht gewoon was nagekomen!

BurgerkrachtCentraal vindt dat gemeenten zich onverkort ALTIJD aan artikel 52 van de Participatiewet moeten houden, waarmee artikel 81 kan komen te vervallen.

Meldingdatum

In de uitvoering van de Participatiewet is de meldingsdatum een heel belangrijke bouwsteen. Wat is die meldingsdatum? Hoe moeten gemeenten (en organisaties die namens gemeenten de uitvoering doen) en de aanvragers van een bijstandsuitkering daar mee omgaan? Wanneer heeft iemand zich volgens de wet gemeld? Dit komt allemaal op deze pagina aan de orde.

De meldingsdatum is de dag waarop het recht op bijstand ingaat. Het is de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld om bijstand aan te vragen. Dat staat los van de daadwerkelijke aanvraag. Uiteindelijk zal vanaf de meldingsdatum de bijstandsuitkering ingaan als wordt vastgesteld dat recht op bijstand bestaat. Niet later, maar ook niet eerder.

Het onderscheid dat wordt gemaakt in de Participatiewet tussen belanghebbenden die jonger dan 27 jaar zijn en 27 jaar of ouder slaat niet op de meldingsdatum, maar op het moment dat de aanvraag mag worden ingediend. Melding is melding!

Niet later

Als aan het einde van het behandelen van de bijstandsaanvraag de uitkering door de gemeente wordt toegekend (het college vaststelt dat recht op bijstand bestaat) moet deze met ingang van de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld (de meldingsdatum) worden verstrekt (toegekend). Eventueel betaald(e) voorschot(betaalde voorschotten) wordt (worden) verrekend.

Niet eerder

Indien door het college is vastgesteld dat recht op bijstand bestaat, wordt de bijstand toegekend vanaf de dag waarop dit recht is ontstaan, voorzover deze dag niet ligt voor de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld om bijstand aan te vragen. (Participatiewet artikel 44, lid 1)

Als iemand bijvoorbeeld 3 weken voor de meldingsdatum al dacht recht te hebben op een bijstandsuitkering, dan had hij of zij zich 3 weken eerder moeten melden.

Wat zegt de wet over de melding?

Alleen de wet kan ons een betrouwbaar antwoord geven over wat precies onder de melding (meldingsdatum) wordt verstaan.

Participatiewet, artikel 44, lid 2:

De belanghebbende heeft zich gemeld als zijn naam, adres en woonplaats bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen zijn geregistreerd, en:

a. indien artikel 41, vierde lid, van toepassing is: hij door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op de hoogte is gesteld van de verplichting, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, en de inhoud van artikel 41;

b. indien artikel 41, vierde lid, niet van toepassing is: hij in staat is gesteld zijn aanvraag in te dienen bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, als het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 41, eerste of derde lid, of bij het college, als het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 41, tweede lid.

Wat hier staat, is dat je jezelf moet registreren bij het UWV WERKbedrijf op www.werk.nl.

Dit heet ook: het inschrijven als werkzoekende bij het UWV, ook als je zelf denkt niet te kunnen werken.

Onderdeel a. slaat op belanghebbenden die jonger zijn dan 27 jaar en volgens de wet de bijstandsaanvraag (let op niet de melding) pas 4 weken later mogen indienen. De gemeente neemt de aanvraag ook pas die 4 weken later in behandeling. Wat niet zegt dat het recht op bijstand 4 weken opschuift!

Onderdeel b. slaat op belanghebbenden van 27 jaar en ouder.

Wat kan er fout gaan in de praktijk?

De beste route voor een belanghebbende burger die denkt recht te hebben op een bijstandsuitkering is direct registreren bij het UWV WERKbedrijf op www.werk.nl. Dan ligt gelijk de meldingsdatum vast en wordt voldaan aan artikel 44 lid 2 van de Participatiewet. Wat kan hierbij fout gaan in de praktijk?

  • De belanghebbende weet niet dat de registratie noodzakelijk is
    Veel burgers die bijstand aanvragen zullen niet weten dat registratie bij het UWV WERKbedrijf zo belangrijk is. Meestal zijn ze puur afhankelijk van de informatie die zij hierover van de gemeente krijgen. Maar wanneer krijgen ze die? Dat gebeurt vaak met vertraging. Mensen in een aflopende WW op weg naar de bijstandssituatie hebben overigens minder afstand tot het systeem van de UVW en staan daar al in als werkzoekende.
  • De gemeente informeert online niet over Werk.nl
    Veel gemeenten geven bij de online informatie over de aanvraag bijstand aan dat de eerste stap naar een bijstandsuitkering het inschrijven bij het UWV WERKbedrijf is. Meestal geven ze dan ook de actieve link www.werk.nl erbij. Een goede zaak
    Een deel van de gemeenten doet dat helemaal niet! Dat hoeft niet erg te zijn als zij zelf een online systeem hebben, mits dat ook de meldingsdatum vastlegt. Maar er zijn ook gemeenten die niets over de (verplichte!) inschrijving bij de UWV vermelden. Sterker nog, sommige gemeenten informeren helemaal niet over de bijstandsaanvraag!
  • Inschrijving UWV pas later
    Als de belanghebbende niet direct op het spoor wordt gezet van het UWV WERKbedrijf (of zelfs online wordt gezegd niet bij het UWV de bijstand aan te vragen, ja dat komt voor!) is het maar helemaal de vraag wanneer de registratie bij de UWV alsnog plaatsvindt. Regelt de gemeente dat dan later voor de belanghebbende? Zo ja, welke meldingsdatum wordt dan ingevoerd? En zo nee, krijgt de belanghebbende dan alsnog de instructie om in te schrijven? Maar dan is de geregistreerde meldingsdatum sowieso later dan de dag van de melding!
  • Kom maar langs
    Er zijn maak-een-afspraak-en-kom-maar-langs-gemeenten die de belanghebbende helemaal geen mogelijkheid bieden om online de bijstandsaanvraag in gang te zetten. Hoogstens kan het maken van die afspraak dan wel online.
    De belanghebbende zou er uit eigen beweging goed aan doen om een poging te wagen bij Werk.nl (UWV stuurt dan de aanvraag door naar de betreffende gemeente). Dan is er tenminste een melding! Maar je moet dat als burger maar net als mogelijkheid kennen.

Gemeente wees betrouwbaar!

Een betrouwbare gemeente zal de melding en meldingsdatum goed borgen in haar proces en AO/IC. Zij onderkent dat een belanghebbende hier proactieve ondersteuning bij nodig heeft zowel online als offline in de fysieke wereld.

Dat houdt in dat er niets in de weg van de belanghebbende wordt gelegd om een geregistreerde melding te kunnen doen zodra de bijstandsbehoefte ontstaat en mogelijk het recht op bijstand (wat later al dan niet zal blijken tijdens de behandeling van de bijstandsaanvraag).

De beste manier is om online de instructie te geven aan de belanghebbende om zich in te schrijven als werkzoekende bij het UWV WERKbedrijf op www.werk.nl en daar tevens de aanvraag bijstand in te dienen.

Een andere manier die ook volstaat, is het gebruiken van een eigen online registratiesysteem, mits de daarin vastgelegde meldingsdatum ook in het systeem van het UWV WERKbedrijf terecht komt.

Een minder goede manier met ricico op een vertraagde meldingsdatum is het langskomen bij de gemeente of een sociaal team (offline aanpak) zonder voorafgaande online meldingsmogelijkheid. Tenzij er de waarborg is dat dat van het eerste contact, de meldingsdatum, met de gemeente of het sociaal team in het systeem van UWV WERKbedrijf komt.

Bewijs van inschrijving

Goed om te weten is dat aan geregistreerde werkzoekenden kosteloos een bewijs van registratie wordt verstrekt met daarop de inschrijfdatum en de meldingsdatum. De belanghebbende kan dat bewijs bij 'Mijn inschrijving' downloaden op Werk.nl na inloggen in Mijn Werkmap.

Klik hier voor een voorbeeld (of bekijk de afbeelding onderaan deze pagina)

Dit aspect is wettelijk verankerd in de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet SUWI) artikel 30b lid 2.

Voorbeeld bewijs van inschrijving UWV

Maatwerk verzwakt het bouwwerk

Maatwerk is een groot gevaar bij de decentralisatie van overheidstaken en de bijgeleverde vrije beleidsruimte. Veel gemeenten kunnen er namelijk niet mee omgaan. Zo vormt het een bedreiging voor de cruciale bouwstenen en daarmee bouwwerken zoals werk en inkomen.

Maatwerk heeft het imago dat het een groot goed is, maar zo voordelig is het helemaal niet voor de consument, de klant, de belanghebbende etc. In de informatietechnologie begrijpt men dat soms wel, want daar is men dan huiverig voor maatwerk en wordt er gekozen voor het toepassen van standaard hardware en software. Daarbij zo min mogelijk in de verleiding komen om er meer aan vast te knopen. Dit om onvoorspelbare problemen bij updates te voorkomen en bovenal de controle over het beheer te behouden.

In de uitvoeringspraktijk van werk en inkomen is dit begrip er veel minder. Vanaf het begin in 2015 zijn gemeenten al bezig om van alles aan de Participatiewet te hangen, ook dat wat er niet hoort. Dat tast deze op zich zorgvuldig getoetste wet zorgwekkend aan.

Hierbij gaat niet de Participatiewet zelf kapot, maar wordt afbreuk gedaan aan de geest van de wet. De basis is goed, maar het aangehangen maatwerk kan ondeugdelijk zijn. Dat wordt namelijk meestal niet zo zorgvuldig getoetst. Dat leidt tot onbetrouwbare communicatie en uitvoering, onjuiste beslissingen, gedupeerde burgers, verspilling van geld en onnodige druk op de rechterlijke macht omwille van correctie achteraf.

Gevolg: belanghebbenden worden aangetast in hun recht dat zij krachtens de Participatiewet hebben doordat er een onbetrouwbare schil van lokaal maatwerk omheen is gecreëerd. Het leidt ook tot willekeur; ongelijke toepassing van de wet in gelijke gevallen.

Schrijnende voorbeelden

Bezoek de pagina Don'ts om voorbeelden te zien van ongewenst en zelfs verwerpelijk maatwerk aan de Participatiewet.

Bouwstenen

De Participatiewet staat als een huis. Probleem is echter dat gemeenten er decentraal allerlei bijgebouwen aan vast plakken: decentrale wet- en regelgeving en lokaal beleid. Bij de uitvoering daarvan blijken nogal eens cruciale bouwstenen te zijn vergeten of scheef te zijn ingemetseld.

BurgerkrachtCentraal verzamelt ze en probeert ze waar nodig recht te leggen.

Als het nodig is, doen we nader onderzoek in de vorm van consultatie.