Gevarenzone sociale dienst: bijstandsaanvraag en voorschot

Gevarenzone sociale dienst: bijstandsaanvraag en voorschot
Gevarenzone sociale dienst: bijstandsaanvraag en voorschot

Artikel 52 Participatiewet niet heilig?

Er zijn veel gevarenzones in het sociaal domein waarin hulpbehoevende burgers grote averij kunnen oplopen. Het zijn gebieden waar de wetten Participatiewet, Wmo en Jeugdwet bij de lokale uitvoering de mist in gaan door de vrije beleidsruimte die gemeenten hebben gekregen. De kwetsbare mens is hier de meest gedupeerde, maar het bezorgt goedwillende ambtenaren sociale dienst (ja ze bestaan) ook hoofdpijn.

Door Ray Heijder

Een zeer explosieve gevarenzone sociale dienst is de bijstandsaanvraag en het bijbehorende voorschot. Het is goed geregeld in artikel 52 van de Participatiewet, maar door willekeur (als gevolg van de vrije beleidsruimte) gaat het heel vaak mis. Gemeenten laten hiermee de burgers in de steek.

Het is de hoofdoorzaak van gedrochten op gemeentelijke websites die informeren over het voorschot (als dat al gebeurt).

In artikel 52 van de Participatiewet staat in lid 1:

Het college verleent uiterlijk binnen vier weken na de datum van aanvraag en vervolgens telkens uiterlijk na vier weken, bij wijze van voorschot algemene bijstand in de vorm van een renteloze geldlening, zolang het recht op algemene bijstand niet is vastgesteld.

Hoe duidelijk dit ook is, gemeenten presteren het massaal om hier een eigen element aan toe te voegen: zij laten de klanten dit voorschot aanvragen. Dat is misbruik maken van de vrije beleidsruimte! De Participatiewet stelt impliciet dat bij het aanvragen van bijstand het voorschot inclusief is. Apart aanvragen van een voorschot is daarom een onrechtmatige verzinsel van gemeenten.

Dit is dan nog de minst kwalijke situatie; er zijn ook veel gemeenten die het voorschot helemaal verzwijgen en het al helemaal niet uit eigen beweging verstrekken.

Als de burgers er niet over worden geïnformeerd, is de kans groter dat ze er niet om vragen als het voorschot uitblijft.


Waarom doen gemeenten zo?

We moeten er vanuit gaan dat gemeenten goede bedoelingen hebben. Wat maakt dan dat de overgrote meerderheid van gemeenten krampachtig omgaat met de bijstandsaanvraag en het voorschot?

De verklaring ligt in de snelheid van het kunnen vaststellen van het recht op bijstand en in de verrekening van het voorschot (of meerdere voorschotten).


Recht op bijstand vast stellen

Lid 1 van artikel 52 van de Participatiewet is uitgebreid met onderdeel a (niet verder besproken in dit verhaal) en lid b dat stelt dat het college van de gemeente het voorschot mag weigeren als:

b. bij de aanvraag duidelijk is dat geen recht op algemene bijstand bestaat.

In het ergste geval ruim 5 maanden zonder geld!
Daar zit iets in dat heel ongemakkelijk is: als bij de aanvraag duidelijk is dat er geen recht is op algemene bijstand, waarom dan niet gelijk afwijzen? Dan is het voorschot automatisch geen onderwerp meer. Als de aanvrager het er niet mee eens is, kan deze ook gelijk officieel in bezwaar gaan.

Het lijkt nu onrechtvaardig dat er 8 weken wordt uitgetrokken voor het afwijzen van een bijstandsaanvraag terwijl voor de gemeente al duidelijk is dat er geen recht op bijstand is. Soms komen daar zelfs nog eens 8 weken bij. Als de aanvrager uiteindelijk blijkt toch in zijn recht te staan, kan het zomaar zo zijn dat 8 weken + 8 weken + 6 weken (bezwaartermijn) zijn verstreken. Dat is meer dan 5 maanden zonder geld zitten (als geen voorschotten zijn verstrekt).

Waarom zijn die 8 weken (+ eventueel 8 weken)?
De behandelperiode is bedoeld voor de gemeente om het recht op bijstand vast te stellen. Als al eerder zou komen vast te staan dat er geen recht op bijstand is binnen vier weken, dan zou weigering van voorschot terecht zijn. Maar dan zou het ook behoorlijk zijn om direct te beschikken, ofwel de aanvraag bijstand af te wijzen.

Als de gemeente meer dan 4 weken nodig heeft (8 of meer) en dus helemaal niet zo zeker is dat er geen recht op uitkering zou bestaan, dan is onderdeel b van lid 1 van artikel 52 niet van toepassing! Dan moet het eerste voorschot worden verleend en vervolgens elke 4 weken zolang de gemeente bezig is het recht op uitkering vast te stellen (of te ontzeggen).


Verrekening voorschot(ten)

In lid 4 van artikel 52 van de Participatiewet staat:

Indien bijstand wordt verleend over een periode waarover met toepassing van het eerste lid een voorschot is verleend, kan deze bijstand zonder machtiging van de belanghebbende worden verrekend met dit voorschot.

Het woord 'kan' is hier eigenlijk niet juist, want de bijstand ZAL worden verrekend met het voorschot (de voorschotten). Dat is ook redelijk en logisch. De bijstandsontvangers kunnen hier ook geen probleem mee hebben, want ze hebben 90% al ontvangen. De resterende 10% krijgen ze dan nog.

Problematisch wordt het in de gevallen dat de bijstanduitkering toch niet wordt toegewezen. Hierin zit de crux van de krampachtige manier waarop veel gemeenten met artikel 52 omgaan.

Op mensen die echt geen inkomen hadden en nog steeds niet, valt niets met succes terug te vorderen. Mensen die inmiddels een betaalde baan hebben, zijn wel te pakken op hun salaris (loonbeslag).
Bij degenen waarbij echt terecht de bijstand is geweigerd omdat ze toch genoeg inkomen hadden, valt op dezelfde manier op termijn onterecht betaalde voorschotten terug te halen.

Tot slot zijn er fraudeurs waarbij de vraag is of er succesvol wat terug te halen is. Kennelijk zijn zij slim genoeg om inkomen te generen waar geen grip op is.

De vraag is welke categorie de grootste is. Dat is bepalend of de angst van gemeenten bij het verlenen van voorschotten überhaupt enig begrip verdient. Misschien is het wel een non-probleem dat wordt misbruikt om te ontmoedigen te doen bij het verstrekken van het voorschot en bij de communicatie daarover.


Verzwijgen van het voorschot

Veel gemeenten die toegeven aan de krampachtigheid rond het aspect voorschot besluiten dit recht voor de burgers te verzwijgen in communicatie over rechten en plichten. Het lijkt het meest verstopte recht te zijn. Dit is een kwalijke zaak, want het komt neer op het selectief uitleggen van de wet.

Het verzwijgen van de mogelijkheid van een voorschot, lijkt te moeten bewerken dat minder mensen hun recht opeisen als zij binnen 4 weken geen voorschot krijgen. Als het bestaan niet weet, claim je het ook niet. Het behoeft geen betoog dat dit niet hoort bij den betrouwbare en transparante overheid.


Verzonnen begrip 'aanvragen van voorschot'

Veel gemeenten die wel spreken over de mogelijkheid van een voorschot op de bijstand wijken ernstig af van artikel 52 van de Participatiewet door te spreken over het aanvragen van een voorschot. Een belanghebbende vraagt bijstand aan en daarin ligt het voorschot inclusief besloten.

Mensen het idee geven dat zij een voorschot moeten aanvragen, werpt een extra drempel op. Dit is minder erg dan het verzwijgen van het voorschot, maar bewerkt wel dat een deel van de mensen zich in allerlei bochten gaan wringen om te overleven tot de bijstandsuitkering is toegekend. Dit verhoogt het risico op schuldenproblematiek.


Loodzware opgave voor gemeenten

Gemeenten kunnen zich bij de uitvoering van de Participatiewet maar beperkt focussen op het belang van de mensen die bijstand aanvragen. De nadruk ligt op werk. De uitspraak 'werk gaat voor bijstand' komen we veel tegen. Op zich niets op aan te merken, want zo goed als iedereen is het ermee eens dat iedereen die kan werken ook moet werken. Dat is beter voor de samenleving én voor de individuen zelf.

Maar er mag niet worden heengestapt over het gegeven dat er mensen zijn die geen toegang tot de arbeidsmarkt hebben en/of krijgen, ook al is er door de rooskleurige economie steeds meer vraag naar arbeiders. Die behoefte is namelijk selectief en vaak niet direct in te vullen doordat vakgerichte opleiding en omscholing tijd kost.

Niet op de inwoners die bijstand nodig hebben, maar op het beperken van de instroom en het maximaliseren van de uitstroom ligt de nadruk. Dat is de loodzware opgave voor gemeenten. En voor de instroom geldt hetzelfde als bij afslanken:

Wat er niet aankomt, hoeft er ook niet af!

Dat geeft de perverse prikkel die ervoor moet zorgen dat zoveel mogelijk aanvragers van bijstand te voortijdig afhaken. Als dat betekent dat mensen zonder werk net even dat zetje meekrijgen om een betaalde baan te vinden, dan is dat prachtig. Maar het is vreselijk als dat inhoudt dat er mensen door in de problemen komen die toch echt bijstand nodig hebben.

Er zijn gemeenten die met name in voorlichtingsbijeenkomsten, maar ook in de één-op-één gesprekken openlijk stellen:

We doen er alles aan om je uit de uitkering te houden!

Hiermee stellen gemeenten zich op als strenge poortwachters. Sommigen slaan hier zover in door dat het onbetrouwbare en burgeronvriendelijke organisaties dreigen te worden.