Verzoekschrift schadevergoeding overheid

SchadevergoedingVerzoekschrift schadevergoeding overheid

7 januari 2020

Hierbij dien ik, R.M.F. Heijder hierna te noemen 'belanghebbende', geboren 22 april 1967, wonende te Vaassen aan de {...} bij de bevoegde bestuursrechter een verzoek in om de gemeente Epe te veroordelen tot het vergoeden van schade.

Voorafgaand aan dit verzoek heeft belanghebbende op 1 november 2019 aan het bestuursorgaan verzocht om zijn schade te vergoeden (productie A).


Wettelijk kader

Algemene wet bestuursrecht Titel 8.4. Schadevergoeding

  1. Artikel 8:88 eerste lid
    De bestuursrechter is bevoegd op verzoek van een belanghebbende een bestuursorgaan te veroordelen tot vergoeding van schade die de belanghebbende lijdt of zal lijden als gevolg van
    a. een onrechtmatig besluit;
    b. een andere onrechtmatige handeling ter voorbereiding van een onrechtmatig besluit.
  2. Artikel 8:89 tweede lid
    In de overige gevallen is de bestuursrechter bevoegd voor zover de gevraagde vergoeding ten hoogste € 25.000 bedraagt met inbegrip van de tot aan de dag van het verzoek verschenen rente, en onverminderd het recht van de belanghebbende om op grond van andere wettelijke bepalingen schadevergoeding te vragen.
  3. Artikel 8:90
    1 Het verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de bestuursrechter die bevoegd is kennis te nemen van het beroep tegen het besluit.
    2 Ten minste acht weken voor het indienen van het in het eerste lid bedoelde verzoekschrift vraagt de belanghebbende het betrokken bestuursorgaan schriftelijk om vergoeding van de schade, tenzij dit redelijkerwijs niet van hem kan worden gevergd.

Participatiewet
In het bijzonder:

  1. Hoofdstuk 1. Algemeen
    § 1.2. Opdracht gemeente
    Artikel 7. Opdracht college
    Het college: a. ondersteunt bij arbeidsinschakeling: 1° personen die algemene bijstand ontvangen.

Schadebedrag

Het schadebedrag waarvoor belanghebbende het bestuursorgaan op 1 november 2019 aansprakelijk heeft gesteld, is geschat € 17.000,-.
Hij heeft daarbij aangegeven dat het schadebedrag nog kan veranderen en dat hij (als het nodig is) gebruik maakt van het recht tot aanpassing van het geclaimde schadebedrag.

De schade is ontstaan door het besluit tot beëindiging van de ondersteuning bij arbeidsinschakeling. Dat besluit was een formalisering van het feitelijk reeds al langere tijd niet leveren van ondersteuning. De ondersteuning is ondanks schriftelijke toezegging bij het intrekken van het onrechtmatige besluit (en ook later) nog steeds niet alsnog tot stand gekomen (tot op heden, de datum van dit verzoekschrift).

De vooruitzichten zijn bovendien nog eens zeer ongunstig. Er zijn geen concrete aanknopingspunten die erop duiden dat ondersteuning alsnog zal worden geboden.
Belanghebbende kan als dat noodzakelijk is meerdere feiten overleggen die aantonen dat het bieden van de wettelijk verplichte ondersteuning verder weg is dan ooit tevoren.

Belanghebbende verwacht dat het bestuursorgaan in verweer op dit verzoekschrift een ander verhaal zal aanvoeren, maar is daarop voorbereid met het vertrouwen alles te kunnen weerleggen met feiten die ook bij het bestuursorgaan zelf bekend zijn. Hij hoopt echter dat de tegenpartij zich niet nog verder zal bezondigen aan misleidende verklaringen, hoewel hij de inschatting maakt dat men niet anders denkt te kunnen.


Onrechtmatig besluit

Om aan de indieningsvereisten van dit verzoekschrift te kunnen voldoen, is volgens Awb artikel 8:88 eerste lid een onrechtmatig besluit nodig.
Hiervoor wordt verwezen naar het besluit van de gemeente Epe van 26 februari 2019 (productie B).

Dit besluit is in eerste aanleg niet op correcte wijze aan belanghebbende bekendgemaakt. Om deze obstructie van bezwaar- en beroepsmogelijkheid te doorbreken, heeft belanghebbende dit besluit als besluit in de zin van de Awb aangemerkt en is op 27 februari 2019 in bezwaar gegaan.

Het bestuursorgaan heeft het bezwaar in behandeling genomen en heeft hiermee achteraf te kennen gegeven het besluit van 26 februari 2019 te hebben bedoeld als besluit in de zin van de Awb.

Op 26 april 2019 heeft het bestuursorgaan in een (niet ondertekend!) herzieningsbesluit (productie C) aan belanghebbende bekend gemaakt dat het besluit van 26 februari 2019 onrechtmatig was en heeft het besluit ingetrokken.

Er is derhalve sprake van een onrechtmatig besluit in de zin van Awb Artikel 8:88 eerste lid onderdeel a.


Andere onrechtmatige handeling ter voorbereiding van een onrechtmatig besluit

Vanuit het bestuursorgaan is niet duidelijk geworden wat de aanleiding was om tot het onrechtmatige besluit van 26 februari 2019 te komen. Hierdoor heeft het bestuursorgaan een obstakel in de weg gelegd dat het onmogelijk maakt voor belanghebbende om de door hem geregistreerde onrechtmatige handelingen toe te schrijven aan de voorbereiding van het onrechtmatige besluit.

  1. Besluit 26 februari 2019
    Uit het besluit zelf is de aanleiding niet op te maken.
    "Na intern overleg is er besloten in het kader van re-integratie u geen ondersteuning meer te bieden."
    De inhoud van het intern overleg waaruit de aanleiding mogelijk zou kunnen worden afgeleid, is belanghebbende niet bekend.
  2. Herzieningsbesluit 26 april 2019
    Ook het herzieningsbesluit van 26 april 2019 geeft geen informatie over de aanleiding voor het onrechtmatige besluit. Er is bij het herzieningsbesluit geen advies van de onafhankelijke bezwarencommissie gevoegd waarin eventueel een aanleiding ter sprake zou komen. Belanghebbende gaat er hierom van uit dat de onafhankelijke bezwarencommissie geen advies heeft uitgebracht. Ook uit een ander gegeven leidt belanghebbende af dat de onafhankelijke commissie (uiteindelijk) niet is betrokken, namelijk de op 6 mei 2019 op het nippertje geannuleerde hoorzitting van 7 mei 2019 waarvoor belanghebbende op 17 april 2019 werd uitgenodigd (productie D).
  3. Beslissing op bezwaar
    Na een (naar het oordeel van belanghebbende) schimmige procedure (met vermoedelijke fraude gepleegd door het bestuursorgaan) is er op 20 juni 2019 nog een extra besluit aan belanghebbende bekendgemaakt (productie E). Hierbij is wel een advies van de onafhankelijke bezwarencommissie meegenomen. Echter ook hier wordt geenszins gesproken over een aanleiding voor het besluit van 26 februari 2019.
  4. Achteraf bedachte waarheid
    In het verweerschrift (10 oktober 2019) behorende bij een andere, latere zaak (bezwaard afwijzingsbesluit individuele inkomenstoeslag 2019) staat geschreven dat de aanleiding voor het onrechtmatige besluit was dat belanghebbende een afspraak (gepland op 28 februari 2018) heeft afgezegd. Dit is echter een achteraf bedachte waarheid. Belanghebbende heeft destijds verzocht om het verplaatsen van de afspraak met reden. Omdat er niet op zijn verzoek werd gereageerd, is hij er terecht van uitgegaan dat de afspraak doorgang moest vinden en is verschenen (met een begeleider). Hiervan is een bewijsstuk beschikbaar. Het was juist de functionaris van de gemeente die zonder bericht niet verscheen op de afspraak. Met andere woorden: ook dit kan niet als aanleiding voor het onrechtmatige besluit worden aangevoerd.

Hoewel belanghebbende er op basis van verzamelde feiten zeker van is dat (in elk geval een deel van) de door hem geregistreerde onrechtmatige handelingen aanleiding (is) zijn geweest om tot het onrechtmatige besluit van 26 februari 2019 te komen, moet hij dit in dit verzoekschrift bestuursrechtelijke schadevergoeding buiten beschouwing laten omdat hij door toedoen van het bestuursorgaan niet kan beoordelen of en in welke mate Awb artikel 8:88 eerste lid onderdeel b in het geding is.

Het voorgaande betekent dat belanghebbende de onrechtmatige handelingen zal moeten meenemen in een afzonderlijke procedure wegens het plegen van een onrechtmatige overheidsdaad ook al betreft het mogelijk dezelfde schade (of een overlap van schades). Gelet op het schadebedrag (kleiner dan € 25.000,-) bestaat de kans dat die procedure ook onder de bevoegdheid van de bestuursrechter zal vallen.


Conclusie

Dit verzoekschrift schadevergoeding overheid kan worden ingediend omdat aan Awb artikel 8:88 eerste lid onderdeel a wordt voldaan.

Ook aan Awb artikel 8:88 eerste lid onderdeel b wordt voldaan, maar dat kan belanghebbende door obstructie van het bestuursorgaan niet hard maken.
Deze zogenaamde 'andere onrechtmatige handeling ter voorbereiding van een onrechtmatig besluit' (in deze zaak meervoudig gepleegd) komt in een andere gerechtelijke procedure alsnog aan de orde (vanuit het leerstuk onrechtmatige overheidsdaad) en zal worden bewezen vanuit diepgravend onderzoek dat momenteel nog niet is afgerond.


Ondertekening

Vaassen, 7 januari 2020

R.M.F. Heijder


Productie A

Productie A


Productie B


Productie C


Productie D

Productie E
Besluit


Bezwarencommissie


Bezwarencommissie

Reacties zijn welkom

Ze worden eerst gecontroleerd door BurgerkrachtCentraal voordat ze zichtbaar worden.

Geen zorgen, jouw e-mailadres wordt niet getoond op de website en door BurgerkrachtCentraal niet aan derden verstrekt.

Plaats een reactie