Het perverse regeltje in de Participatiewet

Het perverse regeltje in de Participatiewet

5 september 2019

Van Ray Heijder, BurgerkrachtCentraal

Deze brief is online beschikbaar op:
https://www.burgerkrachtcentraal.nl/observaties/het-perverse-regeltje-in-de-participatiewet/


Geachte staatssecretaris SZW,
voorzitter vaste Kamercommissie voor SZW,
ondervoorzitter vaste Kamercommissie voor SZW,
commissievoorzitter Participatie, Schuldhulpverlening en Integratie VNG
commissieleden vaste Kamercommissie voor SZW,

De Participatiewet is een door de bank genomen mooie wet met degelijke landelijke regulering en mogelijkheid tot het invullen van lokale regelgeving door gemeenten waarnaar is gedecentraliseerd.

Aantrekkelijk voor gemeenten is de vrije beleidsruimte die ze door de landelijke wetgever is gegund. Voor een deel is de vrijblijvendheid daarbij ingeperkt zoals in artikel 8. Daarin is bepaald dat de gemeenteraad verplicht is om voor specifieke onderdelen een verordening op te stellen.

Een van die onderdelen (genoemd bij artikel 8:1b) is de individuele inkomenstoeslag die in artikel 36 is beschreven. Daarover gaat deze brief.


Verordening individuele inkomenstoeslag

In de gemeentelijke verordening individuele inkomenstoeslag moet in elk geval nadere invulling worden gegeven aan de passage "langdurig een laag inkomen" (artikel 36 lid 1). Alle gemeenten doen dit verschillend, maar wel juist.

Aan 'langdurig' is de term 'referteperiode' gekoppeld. Die varieert bij de 355 gemeenten van 12 maanden (een jaar) tot 5 jaar. Hierin zien we overigens veel ongelijkheid in gelijke gevallen (wat op zich al een ernstig aandachtspunt zou moeten zijn).

Voor wat onder 'laag' wordt verstaan, wordt aangesloten bij de toepasselijke bijstandsnorm. Zo zien we dat bij de ene gemeente maximaal 100% van die norm wordt gehanteerd, maar bij andere gemeenten percentages zoals 105%, 110%, 120% of 130% van de toepasselijke bijstandsnorm.

Ook de hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt bij de verordening geregeld. We zien bedragen (per leefsituatie) of percentages, bijvoorbeeld 40% van de toepasselijke bijstandsnorm.

Afgezien van de grote verschillen onder de gemeenten, so far so good!
Hoewel een punt van zorg is dat veel gemeenten op de gemeentelijke website onvolledig informeren en cruciale zaken niet vermelden die wel in de verordening individuele inkomenstoeslag staan.

Een groot probleem doet zich door de passage:
"geen uitzicht heeft op inkomensverbetering" (artikel 36 lid 1).

Hierbij zijn gemeenten niet verplicht om in de verordening individuele inkomenstoeslag nadere invulling te geven. Dat zorgt in de praktijk voor een hoog risico op willekeur.

Bij een rondgang onder de gemeenten via hun websites, valt op dat zij moeite hebben om invulling te geven aan de passage in de Participatiewet.

Terwijl 'langdurig laag inkomen' objectief is in te vullen, is dat bij 'geen uitzicht heeft op inkomensverbetering' in veel gevallen niet mogelijk.


Pervers karakter

Participatie betekent meedoen in de maatschappij waarbij zoveel mogelijk mensen zelf in hun inkomen kunnen voorzien. De heersende gedachte is dat iedereen die kan werken, moet werken en dan liefst in een betaalde baan waarmee men zelf in het levensonderhoud kan voorzien.

Bij die gedachte past niet dat geen uitzicht hebben op inkomensverbetering een status quo is waar we ons gemakkelijk bij neerleggen. Ofwel, slechts in uitzonderlijke gevallen heeft iemand inderdaad geen uitzicht op inkomensverbetering.

Dat zou automatisch betekenen dat de individuele inkomenstoeslag slechts in uitzonderlijke gevallen kan worden toegekend.

Overwegende dat

- een groot deel van de aanvragers van de toeslag uit bijstandsgerechtigden bestaat,
- de bijstand als tijdelijke voorziening wordt beschouwd,
- de gedachte 'ik kom daar niet uit' een 'no go' is,
- iemand die dat toch denkt, gezien kan worden als niet-doener (niet-willer),
- we ook van het zogenaamde 'granieten bestand bijstandsgerechtigden' af willen,
- 'geen uitzicht hebben op' subjectief en te breed uitlegbaar is,
- gemeenten grote moeite hebben om er eensluidend invulling aan te geven,
- er allerlei invulling onstaat met groot risico op willekeur,
- de toegankelijkheid tot de voorziening onder grote druk lijkt te staan,

is "geen uitzicht heeft op inkomensverbetering" (artikel 36 lid 1) te zien als een pervers regeltje in de Participatiewet dat voor heroverweging vatbaar is.


Graag uw aandacht

Voor de heroverweging adresseert BurgerkrachtCentraal via e-mail en Twitter de volgende personen:

mevrouw Tamara van Ark (VVD)
de heer Michael Rog  (CDA)
de heer André Bosman (VVD)
de heer Peter Heijkoop (Vereniging van Nederlandse Gemeenten)
de heer Pieter Omtzigt (CDA)
de heer Jasper van Dijk (SP)
de heer Machiel de Graaf (PVV)
de heer Steven van Weyenberg (D66)
de heer Tunahan Kuzu (DENK)
de heer Roald van der Linde (VVD)
de heer Léon Jong (PVV)
mevrouw Chantal Nijkerken-de Haan (VVD)
de heer Eppo Bruins (CU)
de heer Theo Hiddema (FvD)
mevrouw Corrie van Brenk (50PLUS)
de heer Lammert van Raan (PvdD)
de heer René Peters (CDA)
de heer Gijs van Dijk  (PvdA)
de heer Bart van Kent (SP)
de heer Jan Paternotte (D66)
de heer Alexander Kops (PVV)
de heer Dennis Wiersma (VVD)
de heer Rens Raemakers (D66)
de heer Chris Stoffer (SGP)
de heer Paul Smeulders (GL)
de heer Wim-Jan Renkema (GL)
de heer Thierry Aartsen (VVD)
mevrouw Hilde Palland (CDA)


Tweede Kamer