IIT en wat Apeldoorn erover heeft vastgelegd

IIT en wat Apeldoorn erover heeft vastgelegd

11 september 2019

De individuele inkomenstoeslag is een voorziening die in de Participatiewet is vastgelegd in artikel 36. Iedere gemeente moet die toeslag verstrekken op aanvraag aan elke inwoner die er recht op heeft volgens voorwaarden en criteria. De landelijke wet voorziet niet volledig in de regels. Die moeten nader worden ingevuld door de gemeenten, overal naar eigen inzicht en met vrije beleidsruimte.

Helaas leidt dat tot grote landelijke verschillen en worden belanghebbenden in gelijke situaties verschillend behandeld. Artikel 1 van de Grondwet lijkt daarmee buiten werking te zijn gesteld:

Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.


Apeldoorn, Brummen en Epe

Vandaag onderzoeken welke regels de gemeente Apeldoorn voor de uitvoering van de individuele inkomenstoeslag bij verordening heeft vastgelegd en of er nog nadere beleidsregels zijn en zo ja welke. Ook bekijken we hoe deze gemeente online over de voorziening informeert op de gemeentelijke website.

Ook de gemeente Brummen en gemeente Epe worden geraakt door wat de gemeente Apeldoorn in deze doet. Zij hebben namelijk de uitvoering van de Participatiewet (en daarmee de individuele inkomenstoeslag) uitbesteed aan hun grote 'zus'.


Referteperiode

Verplicht vastgelegd in de verordening op grond van artikel 8, tweede lid, Participatiewet.

De referteperiode is een periode van een aantal aaneengesloten kalendermaanden direct voorafgaand aan een datum waarmee wordt gerekend, ook wel peildatum genoemd. Dat kan de aanvraagdatum zijn, maar het komt ook voor dat een gemeente de afgelopen 31 december hanteert.

Gemeente Apeldoorn hanteert de aanvraagdatum als peildatum en 36 maanden (3 jaar) als referteperiode.

De referteperiode wordt gebruikt om 'langdurig' in 'langdurig laag inkomen' te specificeren.

De decentrale wet- en regelgeving van Epe en Brummen stemmen hiermee overeen.


Laag inkomen

Verplicht vastgelegd in de verordening op grond van artikel 8, tweede lid, Participatiewet.

Laag inkomen wordt gerelateerd aan de toepasselijke bijstandsnorm. Het woord 'toepasselijke' is van belang omdat er verschillende leefsituaties bestaan met een eigen bijstandsnorm. Denk hierbij aan: gehuwd, alleenstaand en alleenstaand met kind(eren).

De gemeente Apeldoorn heeft vastgelegd:

Artikel 34, lid 1:
Er is sprake van een langdurig laag inkomen als het inkomen gedurende de referteperiode niet hoger was dan 100% van de bijstandsnorm.

Ook wordt bepaald dat voor het maximaal toegestaan vermogen het bepaalde in artikel 34 van de Participatiewet geldt.

De decentrale wet- en regelgeving van Epe en Brummen stemmen hiermee overeen.


Hoogte van de toeslag

Verplicht vastgelegd in de verordening op grond van artikel 8, tweede lid, Participatiewet.

Artikel 34, lid 2:
Een individuele inkomenstoeslag in de gemeente Apeldoorn bedraagt per jaar voor:
a. gehuwden: € 486,00
b. een alleenstaande ouder: € 436,00
c. een alleenstaande: € 341,00

Bijzonder ten opzichte van de gangbare praktijk bij andere gemeenten is dat dit vaste bedragen zijn:

Artikel 34, lid 3:
De bedragen genoemd in het voorgaande lid worden niet jaarlijks geïndexeerd.

De decentrale wet- en regelgeving van Epe stemt hiermee overeen.

De decentrale wet- en regelgeving van Brummen wijkt af met andere (hogere) bedragen:

Artikel 6, lid 1:
Een individuele inkomenstoeslag bedraagt per jaar:
a. voor gehuwden € 535,00
b. voor een alleenstaande ouder € 482,00
c. voor een alleenstaande € 374,00

Ook dit zijn vaste bedragen die niet jaarlijks worden geïndexeerd. Dat staat in de toelichting van de verordening.

In zowel Apeldoorn, Brummen als Epe geldt:
Als één van de gehuwden op grond van artikel 11 of 13, eerste lid van de Participatiewet, geen recht heeft op een individuele inkomenstoeslag, wordt de rechthebbende echtgenoot voor de hoogte van de individuele inkomenstoeslag aangemerkt als alleenstaande of alleenstaande ouder.


Geen uitzicht op inkomensverbetering

Nu komen op het moeilijke terrein met subjectief criterium met groot risico op willekeur: het geen uitzicht hebben op inkomensverbetering.

Dit is een criterium is des te meer 'gevaarlijk' doordat de gemeente gelet op de tekst van artikel 8, tweede lid Participatiewet niet verplicht is nadere regels in een verordening vast te leggen.

Ook al is het niet verplicht, gemeenten doen er verstandig aan om wel meer vast te leggen. Ook de gemeente Apeldoorn doet wat meer. Daarvoor moeten we terugvallen op de Verzamelbeleidsregels 2018 Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz Gemeente Apeldoorn

Artikel 30 c stelt:

Zicht op inkomensverbetering: de mogelijkheid om een ruimer inkomen te kunnen verkrijgen binnen twaalf maanden vanaf de peildatum, dan wel binnen twaalf maanden na beëindiging van de studie.

Goed om hierbij te weten dat het volgen van een studie wordt gezien als het WEL hebben van uitzicht op inkomensverbetering (volgens het hierna bepaalde).

Nadere regels:

Artikel 31. Uitzicht op inkomensverbetering

1. Er is in ieder geval sprake van zicht op inkomensverbetering zoals bedoeld in artikel 36 van de PW wanneer de belanghebbende:

a. op de peildatum of tijdens de referteperiode uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs volgt of heeft gevolgd;

b. jonger is dan 27 jaar en waarvan het plan van aanpak (deels) uit scholing bestaat;

c. het op grond van concrete feiten en omstandigheden aannemelijk is dat de belanghebbende binnen twaalf maanden een inkomen kan verkrijgen dat tenminste gelijk is aan de voor hem geldende bijstandsnorm.

2. Wanneer tijdens de referteperiode een maatregel is opgelegd vanwege het niet of onvoldoende nakomen van een arbeids- of re-integratieverplichting, heeft de belanghebbende onvoldoende inspanningen verricht om tot inkomensverbetering te komen en wordt geen individuele inkomenstoeslag toegekend.

We gaan hier in op onderdeel c, eerste lid. Als een aanvraag voor de individuele inkomenstoeslag wordt afgewezen vanwege het uitzicht hebben op inkomensverbetering, is een 'u heeft uitzicht op inkomensverbetering' in de afwijzingsbeschikking niet voldoende. Daaruit blijkt namelijk niet de grond 'concrete feiten en omstandigheden'.

Verder kunnen vraagtekens worden gezet bij een inkomen dat tenminste gelijk is aan de geldende bijstandsnorm. Stel de aanvrager zit als bijstandsgerechtigde op een inkomen gelijk aan de bijstandsnorm, waarin zit dan de inkomensverbetering?

Het tweede lid verdient ook een opmerking. Gelet op de tekst, kan niet zomaar 'onvoldoende inspanningen' worden tegengeworpen. Er moet sprake zijn van een opgelegde maatregel tijdens de referteperiode.

In de toelichting van deze verzamelbeleidsregels lezen we:

Artikel 32. Uitzicht op inkomensverbetering

De individuele inkomenstoeslag is bedoeld als een tegemoetkoming voor mensen die langdurig een laag inkomen hebben en geen uitzicht hebben op inkomensverbetering. In artikel 36 van de PW zijn de voorwaarden genoemd wanneer een belanghebbende in aanmerking kan komen voor een individuele inkomenstoeslag. In de verordening zijn (verplicht) regels vastgesteld over de hoogte van de individuele inkomenstoeslag en ten aanzien van de begrippen langdurig en laag inkomen. In deze beleidsregels wordt invulling gegeven aan de wijze waarop is invulling gegeven aan begrip uitzicht op inkomensverbetering

De beoordeling of er al dan niet sprake is van ‘zicht op inkomensverbetering’ dient aan de hand van de individuele omstandigheden van het geval plaats te vinden. Net als bij de verlening van bijzondere bijstand geldt bij deze vorm van aanvullende inkomensondersteuning het individueel maatwerk als uitgangspunt zodat de individuele inkomenstoeslag terecht komt bij de mensen die het echt nodig hebben.

Het college kan in beleidsregels aangeven welke groepen niet in aanmerking komen voor individuele inkomenstoeslag en in welke gevallen belanghebbenden uitzicht hebben op inkomensverbetering. Bij de beoordeling van het criterium of de belanghebbende op de peildatum 'geen uitzicht op inkomensverbetering' moet het college rekening houden met de omstandigheden van de belanghebbende. In artikel 36, tweede lid, van de PW is bepaald dat tot die omstandigheden in ieder geval worden gerekend:

- de krachten en bekwaamheden van de belanghebbende; en
- de inspanningen die de persoon heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen.

Er is sprake van zicht op inkomensverbetering als aannemelijk is dat iemand binnen twaalf maanden vanaf de peildatum een inkomen kan verkrijgen die gelijk of hoger is dan de toepasselijke bijstandsnorm. Dit zal aan de hand van concrete feiten en omstandigheden beoordeeldmoeten worden, waarbij de visie van de betreffende klant-manager van grote betekenis is.

Een student heeft zicht op inkomensverbetering, ook wanneer de studie nog meer dan twaalf maanden duurt. Uiteraard kan hier in bijzondere individuele omstandigheden van worden afgeweken. De term ‘uit Rijks kas bekostigd onderwijs’ volgt uit de PW. Omwille van een eenduidige begripsvorming en om misverstanden te voorkomen, wordt in deze beleidsregels daarom bij dat begrip aangesloten. Hiermee wordt tevens duidelijk dat het scholieren en studenten betreft die een Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL) volgen of een studie op opleiding waarvoor aanspraak bestaat op studiefinanciering (WSF) of WTOS.

Bij de volgende groepen wordt verondersteld dat hun krachten en bekwaamheden onvoldoende zijn om zicht te hebben op inkomensverbetering:

- belanghebbenden met een arbeidsongeschiktheidsuitkering en een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%;
- belanghebbenden met uitkering PW met een volledige ontheffing van de arbeidsverplichting.

Belanghebbenden aan wie in de twaalf maanden voorafgaand aan de peildatum een maatregel is opgelegd wegens het niet of onvoldoende nakomen van een arbeids- of re-integratieverplichting komen niet voor een individuele inkomenstoeslag in aanmerking omdat het ontbreken van zicht op inkomensverbetering het directe gevolg is van de eigen handelwijze of gemaakte keuzes.


Gemeentelijke website

Tot slot een beoordeling van de online informatie over de individuele inkomenstoeslag.

Geeft die een goede en toegankelijke weerslag van wat er in de landelijke en decentrale wet- en regelgeving is vastgelegd?

We zoeken op www.apeldoorn.nl op 'inkomenstoeslag' en vinden de juiste pagina:

https://www.apeldoorn.nl/Individuele-inkomenstoeslag

Vanuit Brummen.nl en Epe.nl komen we met zoeken op 'inkomenstoeslag' ook snel op deze informatie.

De informatie is duidelijk en toegankelijk. We treffen in begrijpelijke taal de cruciale informatieonderdelen aan, zoals wat langdurig laag inkomen is.

Ook de hoogte van de toeslag is vermeld en we herkennen de bedragen uit de verordeningen. Dat voor de gemeente Brummen andere bedragen gelden, komt er ook uit naar voren.

De andere voorwaarden en criteria zijn ook goed, begrijpelijk verwoord en compleet.

Wat we missen, is een wat nadere uitleg over wat uitzicht op inkomensverbetering is in de ogen van het college en vastgelegd in de verordeningen.

We kunnen ons echter voorstellen dat dit wat moeilijk te brengen is op de website.

Laat het dan zo zijn dat er een behoorlijk onderbouwde afwijzingsgrond wordt gegeven als dit criterium tegen de aanvrager wordt gebruikt in een afwijzing van de aanvraag.

De grote vraag: is dit zo in de praktijk?


Geld

Landelijke wet- en regelgeving

Participatiewet
webpagina, opent in een nieuw venster

Van toepassing:
artikel 36 en artikel 8:1b


Decentrale wet- en regelgeving

GEMEENTE APELDOORN

Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ 2018 (versie 2) Gemeente Apeldoorn
webpagina, opent in een nieuw venster

Van toepassing:
hoofdstuk 4, artikel 33 & 34
toelichting hoofdstuk 4, artikel 33 & 34

Opmerking:
Versie 2 van deze verzamelverordening verschilt met de vorige versie alleen op artikel 35, maar dat betreft een andere toeslag (de studietoeslag).

Verzamelbeleidsregels 2018 Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz Gemeente Apeldoorn
webpagina, opent in een nieuw venster

Van toepassing:
Paragraaf 3, artikel 30, 31 & 32
Toelichting op Paragraaf 3, artikel 30, 31 & 32


GEMEENTE EPE

Verzamelverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Gemeente Epe
webpagina, opent in een nieuw venster

Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz gemeente Epe
webpagina, opent in een nieuw venster


GEMEENTE BRUMMEN

Verordening individuele inkomenstoeslag Brummen 2015
webpagina, opent in een nieuw venster