Zeven (5+2) vereisten onrechtmatige overheidsdaad

Burgerlijke wetboek

Zeven (5+2) vereisten onrechtmatige overheidsdaad

Als iemand een onrechtmatige daad pleegt tegenover een ander, is deze persoon vaak aansprakelijk voor de ontstane schade. Dit staat vastgelegd in art. 6:162 lid 1 Burgerlijk wetboek. Dit geldt niet alleen voor de burger, maar ook voor overheidsorganen.

Een burger kan bij onrechtmatig handelen door een overheid aanspraak maken op een schadevergoeding.

Een overheidsorgaan kan dus, net zoals een burger tegen een andere burger, onrechtmatig handelen tegenover een persoon. Dit wordt de onrechtmatige overheidsdaad genoemd. Deze vorm van de onrechtmatige daad wordt ook beheerst door het burgerlijk recht, door art. 6:162 lid 1 BW.

Een overheidsorgaan is aansprakelijk bij een onrechtmatige overheidsdaad als wordt voldaan aan de vijf vereisten van de onrechtmatige daad plus twee extra vereisten:

  1. Eigen schuld en de schadebeperking
  2. Verjaring

Hieronder een introductie op deze vereisten. In aparte artikelen zullen we ze in meer detail uitwerken.


Eigen schuld en schadebeperking

Een overheidsorgaan dat onrechtmatig heeft gehandeld jegens een burger, is in beginsel schadeplichtig als aan alle vereisten is voldaan.

Dit wordt echter verminderd als een groot deel van de schade door de burger zelf is veroorzaakt.

De schadebeperkingsplicht betekent dat een burger niet voldoende maatregelen heeft genomen of inspanningen heeft gedaan om eventuele schade te kunnen beperken.

Denk bijvoorbeeld aan een burger die verwijtbaar onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt aan het bestuursorgaan, die daarop een besluit moest nemen.


Verjaring

Er moet een rechtsvordering tot schadevergoeding bestaan.

Vooropgesteld wordt de regel van art. 3:310 lid 1 Bw gevolgd, waarin staat dat een rechtsvordering tot schadevergoeding vervalt vijf jaren nadat de benadeelde met de schade bekend is geworden.

Meestal zal deze verjaringstermijn direct na het ontstaan van de schade gaan lopen, maar als de benadeelde pas veel later achter de schade komt en als dit ook redelijkerwijs kan worden aangenomen, dan begint de termijn pas te lopen op het moment dat de benadeelde de schade kent.


Vrouwe Justitia