Is meedoen belangrijker dan winnen?

< Startpagina < Participatiewetstudie

Een medaille behalen in het sociaal domein, moeilijk?
Een medaille behalen in het sociaal domein, moeilijk?

02/04/2018 - Het heeft iets van de olympische spelen, want meedoen is belangrijker dan winnen. Eigenlijk de paralympische spelen, want de deelnemers hebben een handicap: de afstand tot de arbeidsmarkt. Die is lichamelijk en/of geestelijk en bij iedereen aanwezig die terugvalt op de Participatiewet. Ook bij de werkloze die gisteren nog betaald werk had, maar geen recht op een WW-uitkering.

Deze moet ook re-integreren ofwel direct opnieuw arbeidsritme op gaan doen en werknemersvaardigheden gaan leren. Immers als er met zo iemand niets aan de hand zou zijn, zou hij of zij gelijk weer een nieuwe job hebben gevonden en niet bij de poort van de voorzienigheid aankloppen.


Spelregels

Voor deelname aan de spelen zijn spelregels opgesteld in de Participatiewet. Iedereen hoort (of in ambtelijk taalgebruik 'dient') zich daaraan te houden. Voor de deelnemers geldt dat in elk geval onverminderd. Voor de jury (de gemeenten) lijkt dat steeds vaker optioneel. Sommige lokale overheden lappen de wet schaamteloos aan de laars.

Wie zich niet aan de regels houdt, mag niet eens aan de start verschijnen. En als tijdens de wedstrijd blijkt dat naar oordeel van de wedstrijdleiding iemand in overtreding is, volgt diskwalificatie en wordt de deelnemer uit de race gehaald.

Haalt iemand het podium en wint hij of zij een medaille (bijvoorbeeld in de vorm van een uitkering) en er wordt een onrechtmatigheid geconstateerd, dan wordt de prijs weer afgenomen. Meestal volgt er dan ook een boete en verdere uitsluiting van deelname.

Natuurlijk is het belangrijk dat er een wedstrijdreglement is, maar dat moet dan wel ondubbelzinnig en begrijpelijk zijn. Vervolgens moet het eerlijk worden toegepast. Anders zal de nadruk inderdaad alleen op meedoen liggen en win je nooit. Dat is onder meer het geval bij arbeidsinschakeling in bedenkelijke constructies zoals eindeloos vrijwilligerswerk en andere vormen van werken zonder loon. Dat gebeurt als gemeenten weliswaar strikt volgens de Participatiewet handelen, maar niet naar de geest ervan.

Door de vaak onbetrouwbare werkwijze van de jury (gemeenten) wordt het steeds belangrijker dat deelnemers zelf de rechten en plichten tot zich nemen. Ze moeten minder afhankelijk worden van de grillen van de wedstrijdleiding. Deze Participatiewetstudie die uiteindelijk alle wetsartikelen behandelt, moet eraan bijdragen dat burgers zelfstandig en zelfredzaam gaan deelnemen aan de paralympische spelen en triomfantelijk de finish halen en het podium bereiken.


De Participatiewet

Vandaag bestuderen we hoe de Participatiewet is opgebouwd. Deze bestaat uit acht hoofdstukken en maar liefst 86 wetsartikelen. Die bevatten weer leden en onderdelen. Zo bevat artikel 47g Bestuurlijke boete 14 leden. En lid 1 van artikel 64 Inlichtingenverplichting instantie bevat maar liefst 17 onderdelen.

Een deel van de hoofdstukken bestaat ook nog eens uit paragrafen, zoals Hoofdstuk 6. Bevoegdheden en faciliteiten gemeenten. Die heeft er vier met daarin dan weer wetsartikelen, leden en onderdelen.


Hoofdstukken

De acht hoofdstukken van de Participatiewet zijn:

Hoofdstuk 1. Algemeen
In het eerste hoofdstuk wordt opgesomd welke organen er behalve de burger betrokken zijn. Verder worden allerlei begrippen die verder in de wetstekst worden gebruikt toegelicht. Ook wordt beschreven welke opdracht het college van burgemeester en wethouders heeft richting de burger en de samenleving.

Hoofdstuk 2. Rechten en plichten
In dit hoofdstuk worden de rechten en plichten van alle betrokkenen beschreven. Niet alleen van de persoon die een beroep doet op ondersteuning vanuit de Participatiewet. Ook worden mensen in zijn of haar directe omgeving betrokken (het eigen netwerk). Maar ook gemeenten en andere organen hebben rechten en plichten.

Hoofdstuk 3. Algemene bijstand
Als we het over een bijstandsuitkering hebben, bedoelen we meestal de algemene bijstand. Die wordt in hoofdstuk 3 beschreven. Daarbij komen onderwerpen langs zoals voorwaarden, normbedragen, situaties waarin mensen die bijstand nodig hebben zich bevinden en middelen (waaronder inkomen en eigen vermogen).

Hoofdstuk 4. Aanvullende inkomensondersteuning en aanpassing bedragen
Hier gaat het over extra ondersteuning in de vorm van bijzondere bijstand en toeslagen. Ook wordt beschreven hoe bij wijzigende omstandigheden normen en bedragen mee veranderen.

Hoofdstuk 5. Uitvoering
In het hoofdstuk 'Uitvoering' staat hoe het beroep op de Participatiewet wordt afgehandeld. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met een aanvraag, hoe gaat de toekenning of afwijzing en hoe verloopt de eventuele betaling? Er wordt ook iets bepaald over hoe personen betrokken worden bij de uitvoering van de wet, de zogeheten cliëntenparticipatie. Een vrij uitgebreid stuk gaat over rol van de Sociale verzekeringsbank.

Hoofdstuk 6. Bevoegdheden en faciliteiten gemeenten
Hierin staat welke bevoegdheden gemeenten hebben bij het uitvoeren van de wet en welke faciliteiten zij kunnen bieden. Zo wordt ingegaan op de vorm van bijstand die zij kunnen verlenen. In dit hoofdstuk komt aan de orde dat gemeenten bevoegd zijn om onderzoek te doen, kunnen opschorten, herzien, boetes opleggen. Ook kunnen zij verhalen en terugvorderen. Een groot deel wordt gewijd aan de uitwisseling van informatie om de wet te kunnen uitvoeren.

Hoofdstuk 7. Financiering, toezicht en informatie
Dit hoofdstuk gaat niet zozeer over het individu dat beroep doet op de Participatiewet, maar over de omgevingsvariabelen die voor gemeenten van belang zijn om de wet te kunnen uitvoeren. Waarvan moeten de gemeenten de ondersteuning aan burgers betalen? Ook wordt er gesproken over de verantwoording die gemeenten moeten afleggen aan de Rijksoverheid. Hoofdstuk 7 heeft een extra aanvulling, namelijk Hoofdstuk 7a. Overgangsrecht.

Dit is ingebouwd omdat er vóór het ingaan van de Participatiewet meerdere wetten bestonden die opgingen in de nieuwe situatie. Voor een zittend bestand is voorzien in overgangsrecht, waardoor mensen die reeds een beroep deden op de vervallen wetten niet met de nadelige gevolgen van de wetswijzigingen werden geconfronteerd.

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
In het afsluitende hoofdstuk staan nog wat zaken die belangrijk zijn, maar niet in de andere hoofdstukken passen.


Het valt niet mee

Als je zo die hoofdstukken ziet, denk je misschien dat het nog wel meevalt met die Participatiewet. Dat lijkt dan maar zo, want die hoofdstukken zijn vrij uitgebreid met in totaal 86 wetsartikelen. Bovendien zijn er nogal wat uitstapjes naar andere wetten.

Daarom gaan we vanaf nu in de Participatiewetstudie wetsartikel voor wetsartikel uitpluizen. Als er andere wetten aan te pas komen, pakken we die ook mee.

Volg eventueel op Twitter @PrtcllnSdm om op de hoogte te blijven van de updates.