Processen en dienstverlening bijstandsuitkering

proces en dienstverleningProcessen en dienstverlening bijstandsuitkering

Versie: 22 december 2019

Auteur: R.M.F. Heijder

De uitkering voor levensonderhoud, de algemene bijstandsuitkering, is een voorziening die door de gemeente onder wettelijke voorwaarden wordt geleverd aan inwoners die tijdelijk niet zelfstandig in staat zijn om voldoende inkomen te verkrijgen met betaalde arbeid. Dit wordt beheerst door de Participatiewet en nadere invulling wordt geregeld via decentrale wet- en regelgeving (verordeningen, beleidsregels enzovoort).

De levering van de voorziening gaat gepaard met gemeentelijke dienstverlening. Er is sprake van rechten en plichten bij zowel de belanghebbende als bij de gemeente. In de meeste gevallen leidt een recht van de ene partij tot een plicht bij de andere. Dat werkt beide kanten op.

Gedurende het gehele traject is de belanghebbende gehouden aan de algemene arbeidsverplichting volgens de Participatiewet artikel 9 lid 1 onderdeel a:

De belanghebbende van 18 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd is, vanaf de dag van melding als bedoeld in artikel 44, tweede lid, verplicht:

a. naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, te verkrijgen, deze te aanvaarden en te behouden, waaronder begrepen registratie als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, indien hem daartoe het recht toekomt op grond van artikel 30b, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

De rol en taak van de belanghebbende is hier volledig in vervat.

Hiernaast is er de actieve informatieplicht die aan de belanghebbende oplegt dat hij de gemeente van alles wat invloed kan hebben op de hoogte van de bijstandsuitkering tijdig op de hoogte brengt.


Processen

Er lopen in de aanloop naar het verstrekken van algemene bijstandsuitkering en tijdens het uiteindelijk verstrekken van de uitkering meerdere processen.

Bij het onderstaande wordt ervan uitgegaan dat er recht op algemene bijstand bestaat.

  1. Informeren
    Het doorlopend proactief verstrekken van procesgerelateerde informatie. Vooraf, tijdens en achteraf, ook als de belanghebbende er niet om vraagt.
  2. Melding
    Het moment van melden door de belanghebbende bij de gemeente met de vraag om ondersteuning.
  3. Aanvraag indienen
    Het indienen van de daadwerkelijke aanvraag. De tijd tussen het indienen van de aanvraag en de melding moet zo kort mogelijk zijn. Bij aanvragers jonger dan 27 jaar geldt eerst een zoektijd van vier weken na de melding alvorens de aanvraag mag worden ingediend. Het zo kort mogelijk houden van de periode tussen melding en aanvraag is een plicht van zowel de belanghebbende als de gemeente. Als een aanvrager zich niet aan de plicht houdt, kan de aanvraag buiten behandeling worden gesteld door de gemeente. Als de gemeente deze tijd onnodig oprekt, maakt zij zich schuldig aan een onrechtmatige daad en veroorzaakt zij verwijtbare schade.
  4. Behandeling van de aanvraag
    Een reeks van handelingen die de gemeente doet om het recht op de bijstandsuitkering vast te stellen. Voor een deel zijn dit generieke handelingen die bij elke aanvraag noodzakelijk zijn, voor een ander deel gaat het om handelingen die afhankelijk zijn van de situatie van de aanvrager (denk aan nader onderzoek, het afleggen van een noodzakelijk geacht huisbezoek, etc.)
  5. Voorschotverstrekking
    Als de behandeling van de aanvraag langer dan vier weken duurt, wordt door de gemeente onder de voorwaarden zoals gesteld in artikel 52 van de Participatiewet een voorschot uitbetaald aan de aanvrager. Dit wordt per vier weken herhaald totdat er een beslissing is genomen op de bijstandsaanvraag.
  6. Beslissing
    Zodra het recht op de bijstandsuitkering is vastgesteld, wordt de beslissing van de gemeente over de toewijzing aan de belanghebbende via de toewijzingsbeschikking bekendgemaakt. Deze is voor bezwaar vatbaar.
  7. Uitkeren
    Na de beslissing wordt de bijstandsuitkering periodiek uitgekeerd aan belanghebbende. De meldingsdatum geldt als ingangsdatum, waardoor er ook met terugwerkende kracht een betaling plaatsvindt. Hierbij wordt de eventuele voorschotverstrekking verrekend.
  8. Ondersteuning bij arbeidsinschakeling
    Volgens artikel 7:1a 1° van de Participatiewet heeft de gemeente de plicht om personen die een bijstandsuitkering ontvangen te ondersteunen bij arbeidsinschakeling. De opdracht start vanaf het moment van de melding. Als de belanghebbende de uitkering toegewezen krijgt, gaat die immers ook in vanaf de meldingsdatum.
  9. Arbeidsinschakeling
    Als de belanghebbende betaalde arbeid verkrijgt en hij hierdoor voldoende inkomen heeft om zelfstandig in het levensonderhoud te voorzien, is er sprake van uitstroom uit de bijstand en zit de taak van de gemeente erop. Belanghebbende heeft dan immers geen recht op bijstand meer. Hierdoor is de collegeopdracht (artikel 7 Participatiewet) die ziet op ondersteuning bij arbeidsinschakeling niet meer van toepassing. In samenspraak met de belanghebbende kan de gemeente er nog voor kiezen om tijdelijk ondersteuning te bieden om het risico op terugval in de bijstand te verkleinen.

Dienstverlening

De gemeente levert diensten afhankelijk van het proces dat loopt. Dat wordt beheerst door de wettelijk bepaalde rechten en plichten van zowel belanghebbende als van de gemeente.

  1. Informatievoorziening
    Een doorlopende activiteit die vooral wordt beheerst door het ongeschreven recht dat beschrijft wat in het maatschappelijk verkeer betaamt (behoorlijk overheidshandelen). In bepaalde gevallen is de gemeente ook wettelijk verplicht informatie te verstrekken. Let op dat ongeschreven recht ook bindend kan zijn, in het bijzonder als het nalaten ervan schade veroorzaakt.
  2. Behandeling van de bijstandsaanvraag
    De gemeente verricht inspanningen om het recht op een bijstandsuitkering vast te stellen. Hierbij moet zij uitgaan van het verstrekken van de voorziening 'tenzij' en niet van het alles op alles zetten om er onderuit te kunnen komen.
  3. Ondersteuning bij arbeidsinschakeling (artikel 7 Participatiewet)
    Het college van de gemeente - de gemeente - heeft de wettelijke plicht om aan personen die een algemene bijstandsuitkering ontvangen ondersteuning te bieden bij arbeidsinschakeling. Die plicht wordt aangeduid als 'opdracht' in artikel 7:1a 1°.
  4. Uitvoeringsplan (plan van aanpak)
    De volgorde moet altijd zijn: uitvoeringsplan > uitvoering > evaluatie > bijstelling
    Zonder plan is uitvoering onverantwoord en onrechtmatig. De afbreukrisico's van het ontbreken van een uitvoeringsplan zijn voor rekening van de gemeente.
    De Participatiewet duidt het uitvoeringsplan aan met de term 'plan van aanpak'.
    Het uitvoeringsplan moet kwalitatief en kwantitatief toereikend zijn voor het proces dat ermee wordt bestuurd. Dat vraag per definitie om maatwerk. Er kan niet worden volstaan met een algemeen formulier met slechts een opsomming van enkele rechten en plichten waarbij het enige specifieke de naam van belanghebbende is.
  5. Inkomensondersteuning
    Gedurende het recht op algemene bijstand, heeft de inkomensondersteuning de vorm van een periodieke bijstandsuitkering waarvan de hoogte landelijk is genormeerd. Daarnaast zijn er aanvullende voorzieningen die inkomensondersteuning bieden. Die zijn per gemeente geregeld in de decentrale wet- en regelgeving. Denk aan bijzondere bijstand, minimaregelingen, individuele inkomenstoeslag, individuele studietoeslag, etc.

https://www.burgerkrachtcentraal.nl/recht/processen-en-dienstverlening-bijstandsuitkering/

ONDERDEEL VAN

DOWNLOAD

ANDERE DEELSTUDIES

Reacties zijn welkom

Ze worden eerst gecontroleerd door BurgerkrachtCentraal voordat ze zichtbaar worden.

Geen zorgen, jouw e-mailadres wordt niet getoond op de website en door BurgerkrachtCentraal niet aan derden verstrekt.

Plaats een reactie